Losse flarden

August 9th, 2009

Glazig staarden we naar de lens.
Met een druk op de knop werden we vastgelegd,
We werden vastgelegd en zouden nu voor altijd samen zijn.

—————–

Elke dag opnieuw betover je mij, verover je mij en omarm je mij tot morgenvroeg.

—————–
Op de achtergrond geluiden
De wasmachine die zachtjes gromt,
Het pompje van de vissenkom dat klinkt als een kleine waterval
De onderbuurvrouw die lacht, hard lacht
En dat jij dan de bladzijden omslaat van het boek dat je leest

Ik veeg wat stof van de tafel en blaas het weg,
Met jouw koude voeten onder mijn benen geschoven ben ik gelukkig.
Het gelukkigst misschien wel.
Het zijn geluiden, onze geluiden.

Vlucht vertraagd

May 11th, 2009

Op de achterkant van mijn zwarte jas zitten witte strepen,
want de schutting is net geverfd.
Mijn armen zijn blauw en mijn knieen geschaafd.
Ik ben niet bezig met de obstakels die ik tegenkom wanneer ik loop, fiets, sta,zit of ren.
Want in gedachten ben ik overal.
Ik kom in landen waar mijn lijf nooit geweest is, ik herleef dagen van jaren ervoor en ik voer gesprekken met mensen die mijn naam nooit echt zullen kennen.

Ik hoor stemmen en zie mensen in een waas voorbij gaan, ik stop voor rood licht zoals het hoort en antwoord beleefd op vragen.
Ik schenk koffie,wijs iemand de weg, kijk uren televisie en ik bedrijf de liefde met regelmaat.
Maar in mijn hoofd bouw ik zandkastelen,vecht ik voor mijn leven, draag ik een zwart pak en houd ik een praatje voor een zaal vol zakdoeken en tranen.

Zover ga ik, zover kom ik, zoveel gezien.
Maar ik sta nog altijd hier, geen stap vooruit, geen stap terug..

beelden

December 9th, 2008

Ik zag beelden van toen ze nog een meisje was,
een jonge vrouw misschien.
Een afwezige blik, waarin ik een geheim kon lezen.
Donkere ogen en de lippen strak op elkaar geklemd.
Dat de onschuld en de vrijheid te vroeg verdwenen
zodat ze nooit echt kind mocht zijn.

Ik zie de donkere ogen van toen,
nu troebel door de jaren.
De blik die angst en rusteloosheid toont
Omdat het zorgvuldig opgebouwde nu langzaam afbrokkelt.

Ik ben bang voor het moment dat de zwart wit foto
waarop ze 18 is, het enige is wat ik nog vast kan houden.

Ongevraagd

November 17th, 2008

Ongevraagd lagen de woorden op mijn lippen
Toen je met warrig haar en kleine oogjes naar me keek
Het regende een beetje maar dat was niet erg.
Alsof mijn gevoel voor jou al het andere buiten hield

En ik wilde zo graag zeggen wat ik voelde
Maar dat kon, mocht en zou nog niet
Want wat nu als…en wanneer..
Maar misschien is er geen als
En misschien mag ik toch hopen

Ongevraagd lag het verlangen op mijn lippen
Voelde ik mijn lichaam vragen om jou
Om jouw handen en ogen over mijn blote huid
Dat ik voelde dat ik kwetsbaar was
Maar dat het dit keer niet zou geven
Want het was goed.

Wilde ik echt uitspreken wat ik toen besefte
Of was het voelen al genoeg
En kon je in mijn ogen zien
Wat die woorden nooit goed zouden kunnen zeggen
Want als dat genoeg was, dan is alles goed.

09-09-08

bij elke stap vooruit

November 17th, 2008

Ik voel de druppels dikker worden, groter en harder.
Mijn jas hangt doorweekt en zwaar over mijn schouders
Maar ik heb haar niet meer nodig.
En met elke stap, en met elke straat.
Kom je steeds wat dichterbij

Met mijn blote voeten door een plas,
Met mijn blote voeten over kiezelsteentjes,
Ik had ze niet meer nodig.
En met elke plas en met elke straat
Weer wat dichterbij

Nog drie straten, nog even veilig en ver weg
Nog even wachten ,dan bel ik aan.
Dan sta ik naakt voor je
En kan ik niet meer terug.

Met elke stap kom je steeds iets dichterbij

12-08-08

Ik besloot om door te lopen, om te kiezen voor mezelf.

September 3rd, 2008

Ik wil zoveel zeggen, zoveel woorden gebruiken.
Maar vandaag is geen woord goed genoeg, en is er geen enkele zin die voldoet aan wat ik je graag zou vertellen.
Dus ik ben gewoon even stil…..

stil door jou.

duizend dingen

August 16th, 2008

k luister naar je terwijl ik denk
Terwijl ik denk over vroeger,later of morgen.
Van de keren dat mijn band lek was of toen de kapper een misplaatste grap maakte.
Ik denk aan mijn vierde verjaardag die een enorme ramp bleek te worden
Op het hoogtepunt van jouw pleidooi ben ik op het kasteel in Italie , waar om mij heen hoopjes mensen lagen te slapen tot we zouden gaan.
Vanuit daar ga ik met een sprong naar mijn oude slaapkamer, met de posters en de cd’s van toen.
Ik blijf haken in mijn oude huis en bekijk nog eens de boeken in mijn kast, stukgelezen tot de laatste bladzijde. Terwijl jij wegloopt ( om te plassen denk ik ) vraag ik me af wat er met mijn oude dagboeken is gebeurt, waarin ik kon vertellen over de vriendjes waar ik mee zoende, mijn moeder die ik toch zo haatte of de lerares die volledig onterecht was.
Je komt terug en ik zie je lippen bewegen, ik dwing mezelf te luisteren maar bij het woord “ benauwd” denk ik aan het meisje dat in groep 3 zo’n last van astma had, wat zou er van haar geworden zijn?
Pas wanneer je huilend bij me komt zitten, begrijp ik weer dat we ruzie hadden. “ het spijt me” fluister ik .
En heel even dwaal ik af naar een voordeur en een bos rozen.More...

Ik vertelde haar meer

August 16th, 2008

Ik vertelde haar meer
Ze wist van wie ik was, van alle kleine dingen.
Ze wist van alles wat ik was en nu nog ben.
Ze vond het fijn mijn stem te horen, te luisteren naar hoe ik woorden uitsprak
En toen, toen hield ze van me.

Ik vertelde haar, van de pijn in mij, van teleurstellingen, van vragen en verdriet.
Ik vertelde van de dagen dat ik huilde van het lachen , van die keer dat ik uitgelachen werd, omdat iemand mijn broek omlaag trok.Van die keer dat ik een kleine kat de fles mocht geven, van die keer dat sinterklaas niet de goede pop had gegeven, van mijn eerste sigaret.
Ik vertelde over een paar jaar er voor , dat de leegte mijn leven had overgenomen.

“Het was best koud toen ik wegfietste.Ik was weer in de kroeg blijven hangen, totdat de kroeg leeg liep op het personeel en twee vaste gasten na.Het was 2 uur en ik fietste door de mistige nacht naar huis.
Van binnen was het dag, of nacht, ik wist het niet, want dag en nacht waren als gelijken voor mij.
Het was het jaar dat ik niet sliep, en vergeten was hoe ik ook weer moest dromen.
Dagen aaneengeschakeld en gevuld met drank, tranen, zwijgen, en woorden.Woorden kon ik nog vinden, woorden vloeiden harder dan dat mijn bloed stroomde.Ik schreef alsof ik nooit iets anders geleerd had.”

Ik vertelde haar van mijn mooiste woord,van de dag dat mijn konijn dood ging, van de dag dat ik het huis verliet, van de dag dat de zon mijn beste vriend was. Ik vertelde hoe het vroeger rook bij ons thuis,ik vertelde over mijn rode sjaal die ik kwijtraakte aan het strand.

“We liepen hand in hand, papa en ik.En het waaide, het waaide zoals je soms draaiend wakker word.Het waaide maar was niet koud. De zon scheen en met mijn blote voeten voelde ik aan een dode kwal.Glibberend nam het water haar weer mee.
Ik mocht van papa zwemmen, maar tot aan de eerste boei, want anders was ik te diep.
Hij stond aan de kant te kijken hoe het ging, en hij zwaaide naar me.
Misschien is dat hoe het zou moeten gaan, hoe het had moeten zijn.Dat was het niet.
Ik liep met papa op het strand , hij een meter voor me uit. Het waaide en miezerde. Ik had mijn handschoenen aan, en mijn sjaal om. Het was koud,een snijdende kou. Ik moest mee naar het strand.Ik had geen keuze. Het waaide hard…zo hard dat mijn rode sjaal door de wind mee gevoerd werd.En ik kon alleen maar kijken. En huilen vanwege mijn ‘verlies’
Papa liep door.”

Ik vertelde haar van de regendruppels op mijn neus, van de brieven die maar niet kwamen. Over de oneindige gesprekken met mezelf.Ik vertelde van de reus waar ik nachtmerries over had. Ik vertelde hoe ik ooit een mier had op gegeten, en hoe trots ik was na mijn eerste keer.

“Het is zo donker, en het licht moest uit van mama, want ik was al te oud.
Ik staarde naar mijn plafond en lag wakker. Ik durfde niet te slapen. Want ik wist dat de reus er zou zijn. Hij was er nu al 8 nachten achter elkaar. En steeds kreeg hij me te pakken. Helemaal niet groot en vriendelijk zoals in het verhaal.
Maar bloeddorstig, dreigend,kwijlend en stinkend kwam hij op me af….nacht na nacht na nacht. Hij greep me en nam me mee naar zijn grot..waar hij stukje voor stukje me op zou eten.
Dus ik lag wakker,tot het moment dat mijn ogen zich niet open meer konden houden.
Ze vielen dicht , en voor de negende keer ontmoete ik de grote man.
De volgende ochtend zat  er in mijn bed een natte plek”

Ik vertelde van de keer dat mijn buurjongen me sloeg, ik vertelde over de meester van groep drie. Ik vertelde over de geluiden die ik hoorde op de camping bij het opstaan, ik vertelde over de tuin van mijn opa.

“En altijd als ik wakker werd in een beetje vochtige slaapzak, de ochtenddauw had toegeslagen. Hoorde ik haar. Ik was nog jong dus werd vroeg wakker. En was alleen op ons veldje. Ik zat op onze comfortabele camping stoel (die eigenlijk voor mijn ouders was) en zat te luisteren. Het was mijn taak om brood te halen , maar dat kon nog wel even wachten. Waar ik dan ook keek ik zag haar niet. De vogel die mij deed ontwaken. “

Ik vertelde over mens erger je niet spelen met de moeder van mijn oma, over de keer dat ik mijn pols brak, over de playmobile van mijn neef.
Ik vertelde van mijn oude poezie album, en over het meisje dat ooit mijn hartsvriendin was.

“ Ze was 80 , had haar tot over haar kont en won altijd. Ze won altijd!
Hoe hard ik ook mijn best deed, hoe vaak ik haar rode pion ook van het bord gooide, ze won altijd. Zich vergissen in mijn naam, maar dan toch wel weten wie ik ben. Me knuffelen.
Mijn oma die dan haar neusharen ging knippen, op het moment dat ze nog weinig kon. Dat ik altijd dacht dat mijn oma en zij zielsveel om elkaar gaven. En er later achter moeten komen dat er nooit een band was. Dat ze elkaar eerder haatten dan dat ze van elkaar hielden. Dat ik een donald duck pocket las toen mijn moeder me vertelde…dat omama was gestorven.
Dat ik op de dag van haar begravenis een zwarte jurk droeg,en niet meer kon huilen”.

Van de verhalen die ik vroeger keer op keer horen kon.
Ik vertelde van mijn beer zonder oor, over hoe ik sliep met het licht aan.
Ik vertelde over mijn eerste verliefdheid,ik vertelde dat ik vroeger de slechtste was met gym.

“Dit moet in de krant,ze heeft een bal geraakt. Het klonk door de hele gymzaal heen. Toen ik voor het eerst een bal raakte met slagbal. Trots dat ik was.En vooral besefte ik niet dat ik in de zeik genomen werd. Ik raakte de bal en rende als een gek. Tot ik hoorde dat het een vangbal was. Ik haalde het eerste honk niet.”

Ik vertelde dat ik angstvallig de badkamerdeur op slot deed toen ik in de puberteit kwam. Ik vertelde hoe de wind me soms liet huilen, van de schoenen waar ik vroeger in stond, van de liedjes die ik graag zong, en van de boeken die ik las.
Ik vertelde van de keer dat mijn tante had bedacht dat ik haar aan moest spreken met “tante”

“Vanaf nu moet je ons tante Janneke en tante Margot noemen. Ik was misschien 7 en wist niet dat het een grapje was. Een paar jaar eerder kreeg ik van tante Margot een roze paraplu. Ik mocht haar niet vanaf dat moment. En hoe blij was ik toen ze niet meer de vriendin van mijn oom  was. De grap was een beetje misgelopen. Ik was totaal van slag, en overtuigd dat ze het ook meenden. Wanneer ik haar nu tegen kom zeg ik lekker niets”.

Ik vertelde over mijn geboorte, ik herhaalde wat mijn ouders vertelden over mijn baby tijd.
Ik vertelde over de vrienden die ik had gehad, vertelde van de fouten die ik had gemaakt.
ik vertelde over hoe ik was, wat ik altijd fout deed, vertelde haar dat ik mijn lach leuk vond, ik vertelde dat ik liever wat kleiner was geweest.
Dat ik een hekel had aan bh’s kopen, dat mijn ouders het allerbelangrijkste zouden blijven in mijn leven.

Maar mijn woorden ebten weg , want ze hield al van me, nog voordat ik bestond

Ik vertelde haar van de dag dat ik stierf.

Tjerk en Iris

August 16th, 2008

“ mag ik hier gaan zitten? “
De jongen keek naar haar, hij zag haar zwart vale gympen, die ooit nog heel en diepzwart waren, gerafelde en ongestrikte veters. Ze droeg een vale spijkerbroek , met net onder de linkerknie een gat(later zou hij weten dat ze de dag ervoor van haar fiets was gevallen,en dat er onder dat gat een flinke schaafwond zat).
Het shirtje wat ze aan had was druk en schreeuwerig. Pas toen keek hij naar haar gezicht, kort piekerig haar, blond maar tegen het rood aan, groene ogen die verwachtingsvol zijn blik zochten, boven haar rechterneusvleugel zat een moedervlek, los daarvan was haar huid bleek en egaal.
Haar dunne lippen bewogen. Ze vroeg hem weer “ mag ik hier gaan zitten?”
De jongen glimlachte en knikte ja.

“ mag ik hier gaan zitten? “
ze stond naast het bankje.
De jongen keek aandachtig naar haar, ze voelde zich ongemakkelijk, hij zei niets en keek alleen maar, even schaamde ze zich voor haar afgetrapte gympen en ze haalde nerveus een hand door haar haar.
Hij was een engel vergeleken bij haar.
Zijn zwarte krullen vielen net niet in zijn gezicht, en zijn helderblauwe ogen hadden een kinderlijke onschuld, dit werd versterkt door de sproeten op zijn wangen.
Hij droeg een gestreken overhemd en zijn jasje hing over de leuning van het bankje.
Zijn zwarte schoenen pasten precies bij zijn zwarte broek, de witten sokken die er een stukje onder vandaan kwamen verraden toch een stukje onhandigheid.
Nu keek hij naar haar ogen.
Ze keek terug en vroeg hem weer.
“ mag ik hier gaan zitten? “
Hij glimlachte en knikte ja.

“ wist je dat er een vijfde smaak bestaat, een japanner at ooit een bouillon van zeewier, en geen van de andere smaken paste hierbij. Het was het Japanse woord voor heerlijkheid, maar dat heb ik niet onthouden”
“ umami”
“ wat? “
“ de smaak is umami” de jongen glimlachte naar het meisje.
Ze keek hem even onzeker aan , en toen ontsnapte er een zenuwachtige lach uit haar mond.
Hij vond het leuk dat ze enthousiast was, en misschien wat vreemd in de goede zin van het woord.
Het waren van die weetjes die het altijd goed deden op feestjes, maar waar je eigenlijk niets aan had. De jongen stond er om bekend in zijn omgeving, het meisje ook.

Ze zaten een uur op het bankje, hij luisterde en zij praatte.
Toen stond ze op. “ nou ik ga maar weer, dag!”
Hij keek verbaasd hoe ze opstond en met een kleine huppel weg liep.
Even bleef hij kijken, tot hij besloot achter haar aan te gaan.
Toen ze bijna het park uit was kwam hij hijgend naast haar lopen.
” was je daar weer” zei ze vrolijk.
Hij stond even stil en leunde met zijn handen op zijn knieen , toen hij weer op adem was, zei hij “ ik wilde je nog vragen hoe je heet”.
” welke naam past bij me? “
“ eh ik weet niet, ik vind floor, of saar,  of misschien iris. Wel bij je…”
“ Iris, vind ik mooi, ik heet Iris, en jou noem ik Tjerk”
De jongen keek haar aan, even leek het alsof hij wilde protesteren, maar hij grinnikte en zei “ Goed, Tjerk en Iris dus”
“ Ja Tjerk en Iris”
“ Dag Iris”
“ Dag Tjerk”

gedag

August 9th, 2008

Dit is het dus,
Weg moeten gaan terwijl je hart soms terug wil.

Met mijn hand nog in de lucht zie ik je langzaam weg lopen.
En ik kan niet anders dan huilen
Dat we weer twee personen zijn in plaats van een.

Ik zal je missen