Ik vertelde haar meer
Ze wist van wie ik was, van alle kleine dingen.
Ze wist van alles wat ik was en nu nog ben.
Ze vond het fijn mijn stem te horen, te luisteren naar hoe ik woorden uitsprak
En toen, toen hield ze van me.
Ik vertelde haar, van de pijn in mij, van teleurstellingen, van vragen en verdriet.
Ik vertelde van de dagen dat ik huilde van het lachen , van die keer dat ik uitgelachen werd, omdat iemand mijn broek omlaag trok.Van die keer dat ik een kleine kat de fles mocht geven, van die keer dat sinterklaas niet de goede pop had gegeven, van mijn eerste sigaret.
Ik vertelde over een paar jaar er voor , dat de leegte mijn leven had overgenomen.
“Het was best koud toen ik wegfietste.Ik was weer in de kroeg blijven hangen, totdat de kroeg leeg liep op het personeel en twee vaste gasten na.Het was 2 uur en ik fietste door de mistige nacht naar huis.
Van binnen was het dag, of nacht, ik wist het niet, want dag en nacht waren als gelijken voor mij.
Het was het jaar dat ik niet sliep, en vergeten was hoe ik ook weer moest dromen.
Dagen aaneengeschakeld en gevuld met drank, tranen, zwijgen, en woorden.Woorden kon ik nog vinden, woorden vloeiden harder dan dat mijn bloed stroomde.Ik schreef alsof ik nooit iets anders geleerd had.”
Ik vertelde haar van mijn mooiste woord,van de dag dat mijn konijn dood ging, van de dag dat ik het huis verliet, van de dag dat de zon mijn beste vriend was. Ik vertelde hoe het vroeger rook bij ons thuis,ik vertelde over mijn rode sjaal die ik kwijtraakte aan het strand.
“We liepen hand in hand, papa en ik.En het waaide, het waaide zoals je soms draaiend wakker word.Het waaide maar was niet koud. De zon scheen en met mijn blote voeten voelde ik aan een dode kwal.Glibberend nam het water haar weer mee.
Ik mocht van papa zwemmen, maar tot aan de eerste boei, want anders was ik te diep.
Hij stond aan de kant te kijken hoe het ging, en hij zwaaide naar me.
Misschien is dat hoe het zou moeten gaan, hoe het had moeten zijn.Dat was het niet.
Ik liep met papa op het strand , hij een meter voor me uit. Het waaide en miezerde. Ik had mijn handschoenen aan, en mijn sjaal om. Het was koud,een snijdende kou. Ik moest mee naar het strand.Ik had geen keuze. Het waaide hard…zo hard dat mijn rode sjaal door de wind mee gevoerd werd.En ik kon alleen maar kijken. En huilen vanwege mijn ‘verlies’
Papa liep door.”
Ik vertelde haar van de regendruppels op mijn neus, van de brieven die maar niet kwamen. Over de oneindige gesprekken met mezelf.Ik vertelde van de reus waar ik nachtmerries over had. Ik vertelde hoe ik ooit een mier had op gegeten, en hoe trots ik was na mijn eerste keer.
“Het is zo donker, en het licht moest uit van mama, want ik was al te oud.
Ik staarde naar mijn plafond en lag wakker. Ik durfde niet te slapen. Want ik wist dat de reus er zou zijn. Hij was er nu al 8 nachten achter elkaar. En steeds kreeg hij me te pakken. Helemaal niet groot en vriendelijk zoals in het verhaal.
Maar bloeddorstig, dreigend,kwijlend en stinkend kwam hij op me af….nacht na nacht na nacht. Hij greep me en nam me mee naar zijn grot..waar hij stukje voor stukje me op zou eten.
Dus ik lag wakker,tot het moment dat mijn ogen zich niet open meer konden houden.
Ze vielen dicht , en voor de negende keer ontmoete ik de grote man.
De volgende ochtend zat er in mijn bed een natte plek”
Ik vertelde van de keer dat mijn buurjongen me sloeg, ik vertelde over de meester van groep drie. Ik vertelde over de geluiden die ik hoorde op de camping bij het opstaan, ik vertelde over de tuin van mijn opa.
“En altijd als ik wakker werd in een beetje vochtige slaapzak, de ochtenddauw had toegeslagen. Hoorde ik haar. Ik was nog jong dus werd vroeg wakker. En was alleen op ons veldje. Ik zat op onze comfortabele camping stoel (die eigenlijk voor mijn ouders was) en zat te luisteren. Het was mijn taak om brood te halen , maar dat kon nog wel even wachten. Waar ik dan ook keek ik zag haar niet. De vogel die mij deed ontwaken. “
Ik vertelde over mens erger je niet spelen met de moeder van mijn oma, over de keer dat ik mijn pols brak, over de playmobile van mijn neef.
Ik vertelde van mijn oude poezie album, en over het meisje dat ooit mijn hartsvriendin was.
“ Ze was 80 , had haar tot over haar kont en won altijd. Ze won altijd!
Hoe hard ik ook mijn best deed, hoe vaak ik haar rode pion ook van het bord gooide, ze won altijd. Zich vergissen in mijn naam, maar dan toch wel weten wie ik ben. Me knuffelen.
Mijn oma die dan haar neusharen ging knippen, op het moment dat ze nog weinig kon. Dat ik altijd dacht dat mijn oma en zij zielsveel om elkaar gaven. En er later achter moeten komen dat er nooit een band was. Dat ze elkaar eerder haatten dan dat ze van elkaar hielden. Dat ik een donald duck pocket las toen mijn moeder me vertelde…dat omama was gestorven.
Dat ik op de dag van haar begravenis een zwarte jurk droeg,en niet meer kon huilen”.
Van de verhalen die ik vroeger keer op keer horen kon.
Ik vertelde van mijn beer zonder oor, over hoe ik sliep met het licht aan.
Ik vertelde over mijn eerste verliefdheid,ik vertelde dat ik vroeger de slechtste was met gym.
“Dit moet in de krant,ze heeft een bal geraakt. Het klonk door de hele gymzaal heen. Toen ik voor het eerst een bal raakte met slagbal. Trots dat ik was.En vooral besefte ik niet dat ik in de zeik genomen werd. Ik raakte de bal en rende als een gek. Tot ik hoorde dat het een vangbal was. Ik haalde het eerste honk niet.”
Ik vertelde dat ik angstvallig de badkamerdeur op slot deed toen ik in de puberteit kwam. Ik vertelde hoe de wind me soms liet huilen, van de schoenen waar ik vroeger in stond, van de liedjes die ik graag zong, en van de boeken die ik las.
Ik vertelde van de keer dat mijn tante had bedacht dat ik haar aan moest spreken met “tante”
“Vanaf nu moet je ons tante Janneke en tante Margot noemen. Ik was misschien 7 en wist niet dat het een grapje was. Een paar jaar eerder kreeg ik van tante Margot een roze paraplu. Ik mocht haar niet vanaf dat moment. En hoe blij was ik toen ze niet meer de vriendin van mijn oom was. De grap was een beetje misgelopen. Ik was totaal van slag, en overtuigd dat ze het ook meenden. Wanneer ik haar nu tegen kom zeg ik lekker niets”.
Ik vertelde over mijn geboorte, ik herhaalde wat mijn ouders vertelden over mijn baby tijd.
Ik vertelde over de vrienden die ik had gehad, vertelde van de fouten die ik had gemaakt.
ik vertelde over hoe ik was, wat ik altijd fout deed, vertelde haar dat ik mijn lach leuk vond, ik vertelde dat ik liever wat kleiner was geweest.
Dat ik een hekel had aan bh’s kopen, dat mijn ouders het allerbelangrijkste zouden blijven in mijn leven.
Maar mijn woorden ebten weg , want ze hield al van me, nog voordat ik bestond
Ik vertelde haar van de dag dat ik stierf.